Drillpro Nederland · Betonboren & betonzagenLandelijk inzetbaar · duidelijke prijs vooraf
DRILLPRO KENNISBANK · MEGAGIDS

Welk gat heb ik nodig? De Drillpro keuzegids

Diamantboren in beton door Drillpro Nederland voor technische doorvoeren
Voor iedere toepassing eerst de juiste boormaat en positie bepalen

Begin bij de buis, het toestel of de aansluiting die werkelijk door de wand of vloer moet. Op deze pagina vindt u de meest gebruikte Drillpro-maten voor afzuigkap, airco, riool, WTW, kruipruimte ventilatie, elektra en grote technische doorvoeren. De voorbeelden helpen u kiezen; het toestel- of fabrikantvoorschrift blijft leidend.

Kort antwoord: de buismaat is vaak niet hetzelfde als de boormaat. Een 150 mm afzuigkapkanaal wordt bij Drillpro bijvoorbeeld Ø160 mm geboord, een standaard split-airco meestal Ø60/70 mm en kruipruimte ventilatie circa Ø50–52 mm. Meet altijd het grootste onderdeel dat door de opening moet: buis, mof, isolatie, huls of leidingbundel.

Veelgebruikte boormaten per toepassing

Onderstaande maten zijn gebaseerd op de actuele Drillpro-dienst- en prijspagina’s. Het zijn praktische uitgangspunten, geen universele installatievoorschriften.

ToepassingVeel voorkomende aansluitingDrillpro-boormaat / richtmaatBelangrijk om te controleren
Split-aircoLeidingbundelØ60/70 mmMerk/model, condensroute en positie.
Mobiele aircoSlang ca. 125 / 150 mmØ132 / Ø162 mmWerkelijke slang- of adaptermaat.
Monoblock-aircoTwee luchtopeningen2× Ø162, Ø180 of Ø200 mm + ca. Ø25 mmBoormal van het toestel is leidend.
Afzuigkap 125 mm125 mm kanaalØ130 mmMof, kanaaltype en buitenrooster.
Afzuigkap 150 mm150 mm kanaalØ160 mmDrillpro-actie-uitvoering; controleer toestel.
Riool / afvoerVaak 110 mm buisca. Ø110–130+ mmMof/manchet kan groter zijn dan de buis.
WTW / ventilatieKanaal afhankelijk van systeemca. Ø110–280+ mmKanaal, isolatie, huls en fabrikantmaat.
Kruipruimte ventilatieVentilatiekoker / roosterca. Ø50–52 mmGevel, maaiveld en luchtweg controleren.
Inbouwdoos elektraDoostype afhankelijkbijv. Ø82 mmABB MD4050 gebruikt Ø82 mm; ander systeem kan afwijken.
Grote technische doorvoerInstallatie / leidingpakketØ200–500 mm standaard prijstabelGewicht boorkern, wapening en machineopstelling.
Belangrijk: kies niet alleen op de nominale buismaat. Een mof, adapter, isolatielaag, wandhuls of afdichting kan groter zijn. Meet het grootste onderdeel dat daadwerkelijk door de wand of vloer moet en voeg bij twijfel een foto of technische tekening toe.

Snel kiezen per klus

Afzuigkap

125 mm → Ø130 mm
150 mm → Ø160 mm

Bij een nieuwe afzuigkap is 150 mm vaak de relevante maat om eerst te controleren. Bekijk de afzuigkapmaten en actie.

Airco

Split: Ø60/70 mm

Mobiele en monoblock-systemen vragen grotere openingen. Gebruik altijd de boormal of montagehandleiding. Bekijk alle aircomaten.

WTW en ventilatie

ca. Ø110–280+ mm

Het kanaalsysteem bepaalt de maat. Een grote ventilatiedoorvoer kan veel groter zijn dan een standaard luchtkanaal. Bekijk grote diameters.

Riool en leidingwerk

vaak Ø110–130+ mm

Meet niet alleen de buis, maar ook de mof of manchet die door de opening moet. Houd rekening met afschot en leidingroute.

1. Afzuigkap: 125 mm of 150 mm?

Voor een 125 mm afvoer gebruikt Drillpro regulier een boring van Ø130 mm. Voor een afzuigkap met 150 mm afvoer gebruikt Drillpro bij de huidige actie Ø160 mm. De extra ruimte is bedoeld om de werkelijke buis of wanddoorvoer zonder klemmen te kunnen plaatsen en netjes af te werken. Controleer altijd eerst de aansluitmaat van de afzuigkap, de eventuele mof en het gekozen buitenrooster.

2. Airco: split, mobiel en monoblock verschillen sterk

Een standaard split-airco gebruikt bij Drillpro doorgaans Ø60/70 mm. Een mobiele airco vraagt vaak ongeveer Ø132 of Ø162 mm. Een monoblock gebruikt meestal twee grote luchtopeningen; afhankelijk van het systeem bijvoorbeeld 2× Ø162, 2× Ø180 of 2× Ø200 mm, vaak aangevuld met circa Ø25 mm voor condens. Laat de installateur of fabrikant de definitieve boormaten en hartafstanden bevestigen.

3. Riool: meet ook de mof

Bij riool en afvoer is een 110 mm buis veelgebruikt, maar de benodigde boring kan groter worden door een mof, manchet of huls. Op de Drillpro-pagina’s wordt hiervoor als praktische bandbreedte vaak circa Ø110–130+ mm genoemd. Noteer buisdiameter, grootste koppeling, gewenst afschot en leidingroute voordat de maat wordt vastgelegd.

4. WTW en ventilatie: van Ø110 tot grote doorvoeren

Voor WTW en ventilatie lopen de benodigde maten sterk uiteen. Drillpro gebruikt op de prijspagina een praktische bandbreedte van circa Ø110–280+ mm. De maat wordt bepaald door kanaal, isolatie, wandhuls, rooster en fabrikantvoorschrift. Voor grotere systemen kan een boring van Ø280 mm of meer nodig zijn.

5. Kruipruimte ventilatie: circa Ø50–52 mm

Voor standaard kruipruimte ventilatie gebruikt Drillpro doorgaans een boormaat van circa Ø50–52 mm. De juiste positie is minstens zo belangrijk als de diameter: bepaal waar lucht binnenkomt, waar deze weer kan uitstromen en of funderingswanden de kruipruimte opdelen.

6. Kabels en water: geen maat kiezen zonder mantelbuis

Voor kabels en waterleidingen bestaat geen zinvolle universele boormaat. Meet de buitendiameter van de mantelbuis, isolatie of complete leidingbundel en bepaal daarna welke montageruimte nodig is. Denk ook aan brand- of waterdichte afdichting en toekomstige vervangbaarheid.

7. Grote technische sparingen: Ø200–500 mm

De actuele Drillpro-prijslijst loopt voor standaard ronde boringen tot Ø500 mm. Bij diameters vanaf ongeveer Ø200 mm worden gewicht van de boorkern, machineopstelling, wand- of vloerdikte, wapening, bereikbaarheid en veilige opvang steeds belangrijker. Groter dan Ø500 mm of afwijkende vormen worden als maatwerk beoordeeld.

8. Inbouwdozen: 71 mm hartafstand is niet de boormaat

Bij elektradozen moet u drie maten uit elkaar houden: doosmaat, boormaat en hart-op-hart afstand. Als concreet voorbeeld gebruikt de ABB MD4050 een boorgat van Ø82 mm; bij veel gekoppelde systemen komt 71 mm hartafstand voor. Een andere doos kan echter Ø68 mm of een andere uitsparing nodig hebben. Gebruik daarom altijd het gekozen doostype als bron. Lees de uitleg over dozen boren.

Echte vragen en problemen

Dit zijn praktische vragen die regelmatig terugkomen bij huiseigenaren, installateurs en tijdens Drillpro-opdrachten.

Hoeveel speling moet er rond een buis zitten?

Dat hangt af van de buitendiameter, mof, isolatie en gewenste afdichting. Gebruik daarom niet alleen de nominale buismaat; meet het grootste onderdeel dat werkelijk door de opening moet.

Moet de mof ook door het gat passen?

Ja, als de mof door de constructie moet worden gevoerd, moet de boormaat daarop worden afgestemd. Meet de werkelijke buitendiameter van de mof voordat de boring wordt besteld.

Kan ik later een groter gat maken?

Soms wel, maar vergroten is vaak lastiger dan direct de juiste maat boren. De bestaande opening kan centreren bemoeilijken en bij grote diameters of constructieve delen is extra beoordeling nodig.

Welke maat moet ik aan de betonboorder doorgeven?

Geef de gewenste vrije boordiameter door én vermeld waarvoor het gat is bedoeld. Meet buis, mof, isolatie of leidingbundel en stuur bij voorkeur foto’s en het installatievoorschrift mee.

Wie bepaalt de boorpositie: installateur of boorder?

De installateur of opdrachtgever bepaalt waar de installatie technisch moet komen; de boorder beoordeelt of die positie praktisch en veilig uitvoerbaar is. Bij twijfel wordt de positie vóór het boren gezamenlijk afgestemd.

Van kennis naar uitvoering

Weet je wat er gemaakt moet worden? Stuur Drillpro foto's van beide zijden, de gewenste maat, het materiaal indien bekend en de locatie. Bij twijfel over maat of constructie: eerst bepalen, daarna boren.

BellenOfferte